Nieuws
Voor inschrijvingen in onze school kan je contact nemen: directie.heikant@kaozele.be of GSM 0498 / 18 77 90

Zorgbeleid

1. Uitgangspunt van het zorgbeleid vanuit het decreet

In elke school zijn er kinderen die extra aandacht vragen, om welke reden dan ook. Deze kinderen stellen heel uitdrukkelijk de school voor de uitdaging om te differentiëren, dit wil zeggen het aanbod van de school aan te passen aan de noden en mogelijkheden van de kinderen en niet omgekeerd.

Leerkrachten gaan nadenken over de doelstellingen die ze met het ene kind wel en met het andere kind eventueel niet kunnen bereiken, over hun instructiewijze, over aangepaste materialen die ze nodig hebben, over hun manier van evalueren.

Wanneer men aanneemt dat kinderen mogen verschillen, aanvaardt men dat zowel het leertraject als het begin - en eindpunt mogen verschillen. Niet alle kinderen moeten op hetzelfde ogenblik en op dezelfde leeftijd hetzelfde kunnen. En niet alle leerlingen moeten op het einde van het schooljaar op dezelfde wijze geëvalueerd worden. Dit veronderstelt flexibele groeperingen van leerlingen én leerkrachten.

Om deze uitdaging aan te vatten voorziet het ministerie van onderwijs sinds het schooljaar 2003-2004 voor elke school een zorgbegeleider. Hij zal samen met de directie en het team trachten deze nieuwe uitdaging vorm te geven.

 

2.  De zorgbrede school

We trachten een zorgbrede school te zijn, werken met brede zorg voor elk kind.

Elk kind is uniek, ieder kind is verschillend.  Allen hebben ze recht op kwaliteitsvol onderwijs dat wordt gekleurd met brede zorg.

In het kader van het schooleigen christelijk opvoedingsproject biedt het schoolteam aan kinderen een degelijk onderwijsaanbod.  Dat beslaat verschillende leergebieden: rooms-katholieke godsdienst, taalopvoeding Nederlands en Frans, wiskunde, wereldoriëntatie, muzische opvoeding en bewegingsopvoeding.  Daarnaast komen ‘leren leren’ en sociale vaardigheden ruim aan bod.

Het team zorgt voor een eigentijdse aanpak en een stimulerend opvoedingsklimaat.  Dat is doordesemd van brede zorg voor elk kind.

Elk teamlid draagt verantwoordelijkheid voor de kinderen van de eigen leergroep en is bekommerd om alle kinderen van de school.  Vanuit die dagelijkse zorg zoekt iedereen mee naar wegen om elk kind zo individueel mogelijk te begeleiden.

Het schoolteam pakt die opdracht aan in nauwe samenwerking met de ouders, die nog steeds de eerste opvoedingsverantwoordelijkheid dragen van hun kinderen.

Zorg dragen voor àlle jonge mensen – een zorgbrede school

In het verleden hebben wij altijd onderstreept een kindvriendelijke school te zijn. Een school waar kinderen  echt thuis mogen zijn. Wij willen ons heel bewust tot àlle leerlingen richten. Zowel sterke als zwakkere leerlingen willen wij uitdagen, elk op zijn of haar niveau. Ook leerlingen die het om één of andere reden - tijdelijk of voor langere termijn, familiaal, persoonlijk en/of op studiegebied - moeilijk hebben, willen wij maximale kansen geven en in de mate van het mogelijke op maat begeleiden. Als onderwijs- en opvoedingsinstelling moet men weten dat jongeren het in de complexe wereld van vandaag niet gemakkelijk hebben. Dat ook de maatschappij het hen niet altijd even comfortabel maakt…

Daarom verdienen jonge mensen een schoolomgeving waar zij zich zo goed mogelijk kunnen voelen, waar hun welbevinden op peil is en waar zij blijvend gemotiveerd worden om werk te maken van de toekomst.
Een extra schouderklopje als het minder goed gaat kan wonderen doen : “geef iemand een pluim en hij krijgt vleugels…”. Jonge mensen stimuleren om het uiterste uit zichzelf te halen en door te bijten, doet grenzen verleggen. Wat extra coaching op vlak van studiemethode leert hen efficiënter en effectiever te studeren en vergroot de kans op succeservaringen. Een klimaat waarin ouders, leerkrachten en directie (en alle andere betrokkenen) mekaar zien als partners in de opvoeding van jongeren en alle kansen aangrijpen om met mekaar in gesprek te treden, kan vele misverstanden vermijden en zorgen voor een gerichte en efficiënte pedagogische aanpak. Dit alles maakt een school tot een kindvriendelijke of een zorgbrede school.

 

Wat betekent dit ?

1. Dat we preventief en remediërend werken. We trachten problemen met kinderen te voorkomen door o.a. :

-   een degelijk kindvolgsysteem

-   differentiatie : werken op het niveau van het kind

-    hoeken- en contract  werk

-    het welbevinden en de betrokkenheid te verhogen

-    regelmatig overleg met de klasleerkracht, de zorgbegeleider, de directeur,
     het CLB en de ouders

Als een kind leer- of ontwikkelingsproblemen heeft, trachten we te remediëren door o.a. :

-       hulp van de zorgbegeleider in te schakelen

-       een aangepaste leerlijn voor deze leerling te maken

-       differentiatie met computerprogramma’s aan te bieden

-       leerlingen van klasniveau te laten dalen (of stijgen)

-       een aangepast huistakenbeleid te voeren

2. Dat we contact met ouders bevorderen en hen nauw betrekken in het leerhulpproces en de ontwikkeling van hun kind :

-     door tests af te nemen op regelmatige tijdstippen, om zicht te krijgen op eventuele leerachterstanden van het kind.

-     dat we ouders op de hoogte houden van de ontwikkeling van hun kind. Dit doen we door een aangepast rapport. Ook nodigen we
      hen tijdig uit voor een gesprek.

-     dat onze deur steeds openstaat voor ouders. Zij zijn immers de eerste opvoeders van het kind.

-     dat we ouders laten meeleven met hetgeen in school leeft.

3. Dat we veel belang hechten aan het bevorderen van de schooltaal, vaak verschillend van de thuistaal van het kind.

4. Dat we met een hedendaagse taal-, wiskunde-, wero- en godsdienstmethode werken.

5. Dat iedere klas twee afgevaardigden heeft in het leerlingenparlement.

6. Dat we kinderen leren omgaan met het “anders zijn”.

7. Dat kinderen in de muzische vakken

-      via creatieve expressie gevoelens leren uiten

-      ervaren dat men aanleg heeft om iets te creëren

-      vreugde beleven

-      gezelschapsspelen worden aangeleerd en in het hoekenwerk ingelast om het  sociaal  contact te verhogen

We kunnen niet van alle kinderen dezelfde sterren maken.
Wel kunnen we er voor zorgen dat ze allemaal schitteren.

 

 

3.  Doel van ons leerlingvolgsysteem

Het leerlingvolgsysteem is voor ons team een hulpmiddel om het zorgbeleid vorm te geven, om die kinderen op te sporen die extra zorg, die onderwijs op hun maat en volgens hun capaciteiten nodig hebben. Ons team beoogt op deze manier gemotiveerde kinderen te ontwikkelen die graag naar school komen en zich daar ook gelukkig voelen.

 

4.  Kleutervolgsysteem

Het kleutervolgsysteem onderscheidt zich van het leerlingvolgsysteem van de lagere school, omdat het zich in de eerste plaats richt op het ontwikkelingsproces in het kind. We richten ons op de mate waarin kleuters zich welbevinden,  betrokken bezig zijn en op de groei van hun competenties.

4.1  Ontwikkelingsaspecten

Vanuit het ontwikkelingsplan worden kleuters dagelijks geobserveerd.
Hun ontwikkeling in de verschillende fasen van hun kleuter-zijn wordt bekeken op de volgende ontwikkelingsdomeinen :
     *  emotionele ontwikkeling
     *  sociale ontwikkeling
     *  morele ontwikkeling
     *  godsdienstige ontwikkeling
     *  muzische ontwikkeling
     *  motorische ontwikkeling
     *  zintuiglijke ontwikkeling
     *  denkontwikkeling
     *  taalontwikkeling
     *  ontwikkeling door zelfsturing

Verbonden daarmee wordt ook de positieve ingesteldheid regelmatig bekeken.

4.2 Hoe worden deze kenmerken nu geobserveerd door onze leerkrachten?

Op regelmatige basis zullen de leerkrachten de klas screenen. Van elke leerling zal men aanduiden hoe het met de ontwikkeling van de kleuter zit.

Daaruit worden de kleuters weerhouden die laag scoren. De leerkrachten zullen nu verder nagaan welke de werkpunten zijn voor deze leerlingen.

De klasleerkracht, het CLB, directie en zorgbegeleider zullen nu bekijken hoe deze kleuter best begeleid wordt om zijn ontwikkeling weer op gang te helpen.

Op dit moment zullen de ouders ook betrokken worden. Bij problemen worden ze uitgenodigd voor een gesprek. Hoe evolueert het kind thuis in zijn contacten met anderen, in zijn spel, in zijn vaardigheden? Ervaren ouders thuis gelijkaardige problemen? In samenspraak met het schoolteam en het CLB kan er eventueel beslist worden externe hulp op te starten.

4.3 Extra testen in onze kleuterschool

* tweede kleuterklas : Kobi-TV test (december – maart – juni)

* derde kleuterklas : TALK – test (begin schooljaar), TOETER-test (februari) en TAL-test (mei)

 

 

 

5.  Het leerlingvolgsysteem in de lagere school
 

5.1  De procedure

Volgen en signaleren via toetsen op vaste periodes :

  • analyseren van de resultaten
  • het opstellen van een handelingsplan, afspreken hoe we het probleem gaan aanpakken
  • het overleg met de klasleerkracht, het CLB, de directie, de zorgbegeleider en eventueel externe hulpverleners
  • het contact met de ouders
  • het evalueren, hoe verloopt de extra hulp?
     

5.2  Toetsen

Deze toetsen zijn genormeerd en gestandaardiseerd. Ze zijn op een grote groep leerlingen uitgeprobeerd en verlopen steeds op dezelfde manier.

Per jaar zijn er 3 vaste toetsperioden in de lagere school.

Vanaf schooljaar 2017-2018 opteren wij ervoor om de toetsen af te nemen eind september en begin februari.

 

Einde september

Begin februari

Einde mei

LVS wiskundetoets B1 – 2 – 3 – 4 -5 - 6

LVS wiskundetoets M1 – 2 – 3 – 4 – 5 -6

LVS wiskundetoets E1 – 2 – 3 – 4 – 5

LVS lezen B2 - 3

LVS lezen M1 – 2 - 3

LVS lezen E1  -2 - 3

LVS spelling B2 - 3 – 4 – 5 – 6

LVS spelling M1 – 2 – 3 – 4 – 5 - 6

LVS spelling E1 – 2 – 3 – 4 – 5

 

Deze toetsen worden verbeterd en in scores omgezet en daaruit wordt afgeleid wie extra hulp nodig heeft.

ZONE

Hoeveel % van de proefgroep

beoordeling

A

25%

Zeer goed

B

25%

Goed

C

25%

Voldoende

D

10%

Zwakker

E

15%

Zwak tot zeer zwak

 

 

Welke leerlingen worden weerhouden voor een bespreking?

- kinderen die in zone E zitten

- (eventueel) kinderen die in zone D zitten

- kinderen die bruusk afzwakken (2 zones in één keer)

- kinderen die geleidelijk afzwakken (2 keer na elkaar één zone)

- kinderen die steeds in zone A zitten (3 maal na elkaar)

- kinderen die grote verschillen te zien geven tussen school- en toetsresultaten

 

6.  Het leerlingenoverleg (MDO) en de betrokkenheid van de ouders
 

6.1 Bespreking binnen het schoolteam

Hier wordt de strategie afgesproken. Hoe kunnen we deze leerling best begeleiden ?
In deze fase worden ouders ook verwittigd en uitgenodigd voor een gesprek.

6.2 Wat als we een ernstig probleem vermoeden?

Soms is het nodig een kind extra te laten onderzoeken. Voorbeeld :  de toetsen geven zeer zwakke resultaten, de klasleerkracht meldt ernstige moeilijkheden of de ouders ondervinden thuis problemen. Dan kan bijkomend onderzoek een licht werpen op mogelijke oorzaken : dyslexie, concentratieproblemen, ADHD, motorische problemen, zwak geheugen, enz.

Hoe verloopt deze procedure?

  • Deze onderzoeken moeten gebeuren in een ziekenhuis, bij een gediplomeerd hulpverlener of het CLB en moeten door de ouders zelf afgesproken worden. Deze testen kunnen verschillende sessies in beslag nemen.
  • Het CLB of de zorgbegeleider kunnen  adressen bezorgen van externe hulpverleners.
  • Dan volgt de testreeks, eventueel ook een IQ-test. In deze test kan men zien welke de sterke en zwakke kanten zijn in de aanleg van het kind.
  • De resultaten van het onderzoek worden door de betrokken instantie met de ouders besproken. Deze resultaten worden ook steeds doorgestuurd naar de school, het CLB en eventuele hulpverleners.
  • We spreken een strategie af met alle betrokkenen.

Daarna  wordt er ook geregeld geëvalueerd :  hoe verloopt de begeleiding, waar moet er bijgestuurd worden, zijn er vorderingen, mag de begeleiding afgerond worden?

 

7.  De taak van enkele teamleden

In het hele overleg spelen enkele personen een belangrijke rol.

7.1 De klasleerkracht

Hij is de eerste verantwoordelijke voor het kind. Hij werkt de hele dag met de kinderen en kennen hen vanuit het dagelijks werk. Bij hem kunnen de ouders met heel wat bekommernissen terecht. Hij is ook diegene die de ouders het eerst aanspreken.

7.2 De directie

Deze bewaakt mee de koers en de krijtlijnen van het zorgbeleid en zorgt dat het hele team het zorgbeleid mee behartigd.

7.3 De zorgbegeleider

De zorgbegeleider op onze school is Katleen Meganck.  Zij organiseert het leerlingenoverleg, brengt alle betrokken partijen bij elkaar. Voor specifieke vragen rond de begeleiding van problemen kunnen ouders bij haar terecht. Zij begeleidt zelf ook individuele leerlingen of groepjes met leerproblemen. Indien een kind bij haar in begeleiding is, zullen overlegmomenten met haar gebeuren.

7.4 Het CLB

Volgt alle leerlingen mee op, is aanwezig op het leerlingenoverleg en geeft hulp en ondersteuning daar waar een bepaalde expertise nodig is, die op school niet aanwezig is.

 

8. Wat kunnen ouders doen?

Nooit aarzelen  om de school te contacteren voor meer informatie of voor een gesprek.  De oudercontacten opvolgen.

Wanneer hun kind het moeilijk heeft, het ondersteunen, het  aanmoedigen, de koers mee bewaken.

Willen de ouders zelf hulp bieden, moeten zij ervoor zorgen dat ze goed weten wat de aanpak van de school is. Zo vermijden ze verwarring bij hun kind.

De extra ondersteuning doseren. Opletten voor overvraging van het kind. Als de eisen te hoog liggen, kan de relatie met hun kind verzuren en dat mag niet de bedoeling zijn.

 

9. Werk- en organisatievormen

Met een grote zorgbreedte in de klas, in de school betrachten we een onderwijs dat gericht is naar de maximale mogelijkheden van elk kind, naar een onderwijs op maat. Concreet wil dit zeggen dat zoveel mogelijk leerlingen in staat gesteld worden de basisvaardigheden van hun leeftijd te verwerven. Anderzijds zullen we doorgroeimogelijkheden voor tempovluggere en meer begaafde leerlingen voorzien.

Om een zorgbrede aanpak te realiseren, dienen een aantal voorwaarden vervuld te zijn:

§    Flexibele organisatievormen hanteren. In tegenstelling tot de frontale plaatsing zal een wisselende klasopstelling een vlugge en gemakkelijke overschakeling naar andere werkvormen mogelijk maken.

§    De leerkrachtenstijl zal evolueren van eenzijdig doceren naar meer stimulerende tussenkomsten, samen oplossingen zoeken en autonomie verlenen.

§    Vele vormen van differentiatie veronderstellen dat kinderen zelfstandig kunnen werken. Leren plannen, het werk organiseren en zelfcontrole dienen geleerd te worden.

§    Beschikken over aangepast materiaal.

De leerkracht zorgverbreding organiseert samen met de klastitularis bredere, klasoverstijgende differentiatieactiviteiten. De zorg voor elk kind afzonderlijk staat centraal.

Zorgverbreding zal problemen van leer- en ontwikkelingsbedreigde kinderen trachten te verhelpen. Deze interventie vragen een zekere planmatigheid.

Een zorgverbredende aanpak is echter niet een persoonszaak maar de zorg van het hele team.